Flexibel onderwijs: scholen in spagaat?16 april 2018, 16:25

Flexibilisering is de laatste jaren misschien wel één van de meest gebruikte containerbegrippen in het onderwijs. Een school moet maatwerk bieden, voorzien in gepersonaliseerd leren en een student als het even kan veel keuzemogelijkheden aanbieden. Maar hoe ziet dat er in de praktijk nu eigenlijk uit?

FlexScan: breng de ervaren en gewenste flexibiliteit in kaart

CINOP, Deltion College en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) ontwikkelden de FlexScan [1]. Dit instrument helpt scholen het goede gesprek te voeren over de huidige en gewenste flexibiliteit in het onderwijs. Daarbij is aandacht voor het perspectief van de student, de docent en het werkveld. Er staan zeven thema’s centraal:

  • Informatievoorziening en voorlichting
  • Intake
  • Onderwijsprogramma
  • Professionals
  • Examinering
  • Certificaten en diploma's
  • Bedrijfsvoering

Deze indeling in thema’s is gevalideerd door de Commissie Macrodoelmatigheid [2]. In dit artikel werken we van drie thema’s uit de FlexScan een praktijkvoorbeeld uit.

Alfa-college: een flexibel curriculum

De Business School van Alfa-college herschrijft het curriculum naar een maatwerk opleidingsprogramma. Jan Voortman (opleidingsmanager sectoren Economie en Ambachten) vertelt: ‘Een speerpunt in onze herijkte onderwijsvisie is dat wij meer recht willen doen aan de verschillen tussen studenten. Dit moet ook een unique selling point worden om studenten te interesseren voor onze opleidingen.

De opleidingen gaan werken met flexibele dagdelen in het rooster. Tijdens deze blokken worden AVO-vakken, vaktheorie en praktijkoefening naast elkaar aangeboden. De student kiest vervolgens zelf wat hij gaat doen. ‘Dit vraagt natuurlijk best wat van onze docenten. De docententeams bepalen daarom met elkaar waar de ballast zit in het huidige curriculum en op die manier creëren we ruimte voor de bemensing van de flexibele dagdelen,’ geeft Jan Voortman aan.

Het nieuwe curriculum biedt flexibiliteit aan studenten die bepaalde stof al beheersen, studenten die meer kunnen en willen en studenten die extra aandacht nodig hebben. Jan Voortman: ‘De student is zelf aan zet, en krijgt ondersteuning van een coach. De coach helpt de student een gepaste route te bepalen, met onderdelen uit de eigen opleiding of uit een andere context of opleiding. Dit principe overstijgt dan ook de keuzedelen. Studenten die kiezen voor verbreding, worden beloond met een schoolverklaring of certificaat, waarmee ze zich kunnen profileren op de arbeidsmarkt.’

Deltion College: mbo-certificaten voor werknemers

Deltion College wil de flexibiliteit van haar onderwijs vergroten door meer te werken met mbo-certificaten beroepsgerichte eenheden. Daarmee kan de school naast de huidige doelgroep studenten, ook de doelgroep werkende (jong)volwassenen beter bedienen. De ambitie van Deltion luidt dan ook: Leven Lang Ontwikkelen. Deltion doet mee aan de pilot mbo-certificaten beroepsgerichte eenheden [3]. De kern van deze pilot is te identificeren welke onderdelen uit het kwalificatiedossier relevant zijn voor scholingsvragen van de werkgevers in de regio: welke eenheden vanuit bestaande opleidingen zijn voor werkgevers en werknemers relevant, om de positie van werknemers te verbeteren en/of mobiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten? Voor die onderdelen ontwikkelt de school een opleidingsprogramma dat leidt tot een mbo-certificaat. Ook werkt Deltion buiten de pilot met keuzedelen die certificeerbaar zijn.

Levien Rademaker (strategisch onderwijsadviseur Deltion College): ‘Het keuzedeel Helpende Plus leent zich er goed voor om te ontwikkelen tot een traject met een apart certificaat, omdat er bij zorginstellingen veel vraag is naar helpenden die breed inzetbaar zijn en een aantal werkzaamheden van een verzorgende kunnen en mogen verrichten. De positie van de helpende in de zorg is onder druk komen te staan door maatschappelijke ontwikkelingen. Er is al veel geïnvesteerd in het opscholen van helpende naar verzorgende. Echter wil of kan niet iedereen dit. Doordat het keuzedeel veel elementen bevat van de opleiding Verzorgende en certificeerbaar is, biedt het een mooie kans voor de helpende en voor de zorginstellingen om de helpende beter en op een breder terrein in te zetten. We zijn op dit moment het onderwijsprogramma aan het schrijven: een blend van digitale hulpmiddelen en vaardigheidsbijeenkomsten.

Deltion College maakt op dit moment een brede analyse van de mogelijkheden die er in alle opleidingen zijn voor certificeerbare eenheden. Daarbij kijkt de school ook buiten de eigen muren: ‘We willen een breed portfolio van deelopleidingen en certificeerbare keuzedelen  en/of beroepsgerichte eenheden ontwikkelen met de vier mbo-scholen in Zwolle. Ook willen we uiteindelijk het hbo betrekken bij onze ambitie. Zo worden we interessanter voor onze partners in het werkveld en kunnen we met onze opleidingen gemakkelijker inspelen op ontwikkelingen in de markt,’ aldus Levien Rademaker.

Avans: de rol van de docent in gepersonaliseerd onderwijs

Avans Hogeschool neemt met alle deeltijdopleidingen deel aan de pilot flexibilisering Hoger Onderwijs [4]. In deze pilot staat de omslag van aanbodgericht naar vraaggericht onderwijs centraal. Er wordt bijvoorbeeld geëxperimenteerd met leeruitkomsten, validering van eerder opgedane kennis en vaardigheden, en het creëren van blended leerroutes.

Hoe verandert de rol van de docent bij het verzorgen van gepersonaliseerd onderwijs? Om deze vraag draait het flexibele traject Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB) dat Avans Deeltijd en CINOP samen hebben ontwikkeld in het kader van de pilot. In het BDB-traject werken docenten aan hun didactische bekwaamheid.

Irma Romme (consultant CINOP Advies) vertelt: ‘In de BDB-training kregen docenten steeds meer het besef dat door de snelle veranderingen op veel werkterreinen docenten steeds meer een rol krijgen in het coachen van studenten in het omgaan met deze veranderingen. Neem bijvoorbeeld de invloed van digitale betaalmiddelen op een vak als accountancy; het is niet bekend wat de reikwijdte van deze invloed is. Ook hoe dit het vak eventueel verandert is een grijs gebied. Zowel docent als student is lerend.’ Frank Vriens (onderwijskundig adviseur Avans Deeltijd) vult aan: ‘Dit vraagt nieuwsgierigheid en een ondernemende houding van de docent om zich te verdiepen in de nieuwe materie, maar ook een open en stimulerende houding naar studenten om in dit proces samen op te trekken. Er is niet één weg die naar Rome leidt, maar afhankelijk van iemands vaardigheden, werkplek en leerbehoeften zijn er meerdere leeractiviteiten mogelijk om je doel te bereiken. Een docent moet nog beter dan voorheen arrangeren welke leeractiviteiten er mogelijk zijn om tot een leeruitkomst te komen, en nadenken over de manier waarop hij de leeractiviteiten aanbiedt.’

‘Een flexibel deeltijd opleidingstraject is fundamenteel anders dan een reguliere voltijd opleiding. Gepersonaliseerd onderwijs vraagt een andere kijk van docenten. Deelnemers aan het BDB-traject ervaren dit aan den lijve, ze volgen een blend van werkplekleren, online leren en contactonderwijs,’ geeft Irma Romme aan. Frank Vriens: ‘De blend van het BDB-traject is heel praktijkgericht. Deelnemers formuleren leeruitkomsten voor hun eigen onderwijspraktijk, werken een leerarrangement uit en reflecteren op de organisatie en begeleiding van hun eigen onderwijs,’ Het BDB-traject moet daarmee als een vliegwiel voor onderwijsverandering gaan werken.

Auteurs: Anne de Groot en Sandra Beugel, consultants bij CINOP. Bron: Profiel Actueel.

Het artikel is tot stand gekomen met medewerking van Levien Rademaker (Deltion College), Jan Voortman (Alfa-college), Irma Romme (CINOP) en Frank Vriens (Avans Hogeschool)


Eerdere artikelen