41 procent werknemers wil vaker leren

26 januari 2016

Flexibiliteit is volgens werknemers dit jaar een onmisbare competentie op de werkvloer. Dit blijkt uit de Opleidingsmonitor 2015-2016, een jaarlijks onderzoek naar de opleidingsbehoeften van werkend Nederland, uitgevoerd door NIDAP en Springest. 3.257 professionals namen deel. 41 procent geeft ook aan vaker dan eens per jaar een opleiding te willen volgen om zijn kennis te actualiseren. Bijna een kwart (24%) van de ondervraagde professionals in de Opleidingsmonitor 2015-2016 meent dat flexibiliteit een onmisbare competentie is in zijn of haar werkveld anno 2016. Vakinhoudelijke kennis (20%) en communicatie/soft skills (20%) volgen op een gedeelde tweede plek. Op nummer 3 volgt samenwerken (13%) als onmisbare competentie. De professionals die deelnamen aan het onderzoek waren verdeeld over diverse sectoren, maar werkten iets vaker in de zorg (24%), bij de overheid (17%) of in de zakelijke dienstverlening (13%). Net als voorgaande jaren had de helft van de ondervraagde professionals zich ingeschreven voor een opleiding (48%) en was 21 procent van plan dit te gaan doen.


Sectorontwikkelingen vragen om aanpassingsvermogen


15 procent van de ondervraagde professionals geeft aan dat automatisering de belangrijkste ontwikkeling is in zijn of haar sector op dit moment, gevolgd door reorganisaties of organisatieveranderingen. Ook bezuinigingen en wijzigingen in de wet- en regelgeving zijn in diverse sectoren volgens werknemers nog steeds aan de orde van de dag. Allemaal ontwikkelingen die een zekere mate van flexibiliteit vereisen van werknemers.


Vaker leren in 2016


Maar liefst 41 procent van de 3.257 ondervraagde professionals geeft dan ook aan vaker dan eens per jaar een opleiding of training te willen volgen. In de leeftijdsgroep 21-35 jaar is zelfs meer dan 50 procent hiertoe bereid. Bovendien zou 33 procent van alle professionals vaker leren in elk geval overwegen (‘misschien’). Slechts 26 procent staat hier afwijzend tegenover.


Kennis actualiseren belangrijker motief dan promotie


De belangrijkste reden om een opleiding te willen volgen is het willen verwerven of actualiseren van kennis (53%). 18 procent vindt leren vooral van belang voor het behoud van zijn of haar arbeidsmarktpositie of voor doorgroeimogelijkheden. Nieuwe competenties willen leren en persoonlijke ontwikkeling staan op een gedeelde derde plek als motivatie om door te leren (beide door 11% van de professionals genoemd). 7 procent wil letterlijk breder inzetbaar zijn. Slechts 8 procent volgt een opleiding omdat dit noodzakelijk is of verplicht voor het beoefenen van een functie.


Opleiding met werk en privé combineren


Als men vaker dan eens per jaar een opleiding wil gaan volgen, is het uiteraard wel belangrijk om de opleiding goed met werk en privé te kunnen combineren. De meeste ondervraagde professionals geven aan dat zij dit kunnen doen door de opleiding op verschillende dagen en tijden te kunnen volgen (46%). 45 procent volgt de opleiding graag stapelbaar, zodat losse modules in eigen tempo gevolgd kunnen worden.


Andere oplossingen die populair zijn onder professionals zijn begeleiding en coaching vanuit de opleider om privé en werk te kunnen combineren (35%) en kunnen kiezen uit verschillende locaties om lessen te volgen (30%). 23 procent geeft aan de klassikale lessen ook online te willen kunnen volgen. Klassikale lessen worden overigens bij voorkeur doordeweeks overdag gevolgd, gevolgd door doordeweeks ’s avonds. Toch is ook 13 procent bereid de opleiding in het weekend te volgen, maar niet ‘s avonds.


Blended learning populairst, ongeacht leeftijd


Een andere oplossing om flexibeler te leren, is blended learning, waarbij deels online geleerd wordt. Deze leervorm is net als vorig jaar het populairst onder professionals: 58 procent geeft de voorkeur aan een combinatie tussen klassikaal en online leren. 27 procent prefereert klassikale lessen en slechts 10 procent volgt het liefst uitsluitend online lessen. Hoewel vaak wordt verondersteld dat oudere werknemers liever niet online leren, blijkt dit volgens dit onderzoek niet het geval. De verdeling van leervorm-voorkeuren is bijna gelijk in elk leeftijdsgroep.


Bron: Springest en NIDAP