Uitbuiken is goed voor jou! Vijf prikkelende redenen waarom23 juli 2015, 13:56

Heb je wel eens gekeken naar een groep leeuwen die na de jacht heerlijk in het zonnetje op de savanne ligt uit te buiken? Is er ooit eentje alsnog met een volle pens achter een zebra aan gegaan? Ik denk het niet! Het hedendaagse werken is ver af komen te staan van dit uitbuikprincipe. De moderne mens zwoegt maar door, ook al is de buit al lang binnen. Het veroorzaakt baanbalen, jobtobben, ellendewentelen en sleurstress.

Er is iets vreemds aan de hand. Voer een gesprek met je werkende medemens en het gaat al snel over de drukte, de hectiek, de baas die er geen verstand van heeft, het bedrijf dat naar de knoppen gaat en de problemen die dat allemaal veroorzaakt in de balans werk/privé. Tijdens dergelijke gesprekken wordt er voortdurend met de smartphone gespeeld, worden gesprekken aangenomen – ‘momentje, deze moet ik even pakken’ – en wordt de klok nauwlettend in de gaten gehouden. Voor je het weet racen we weer door naar de volgende afspraak: druk-druk-druk. Het is één Grote Sleur.

Wie heeft er nog tijd om even stil te staan bij wat we doen? Om onze werkzonden te overdenken en onze privézegeningen te tellen? Want we gebruiken al snel argumenten als ‘Druk he? Maar ja, dat is nou eenmaal zo, zo werkt dat hier’. Of: ‘Geen tijd, ik moet door, je kent me he?’ Of: ‘Het afgelopen weekend toch maar weer even een paar uur de laptop opengetrokken. Moest even, niets aan te doen…’.

Niets aan te doen? Hoezo? Sinds wanneer is het ‘normaal’ geworden om structureel meer te werken dan je arbeidsovereenkomst aangeeft zonder dat daar een vergoeding in geld of tijd tegenover staat? Wist je dat het conglomeraat van gezamenlijke werkgevers in Nederland haar zwetende en zwoegende werknemers jaarlijks 6,6 miljard euro bruto aan overwerkvergoedingen onthoudt? Dat is 8000 euro per medewerker per jaar! Ik durf dat gerust slavendrijverij te noemen en wat mij betreft mag de medewerker-slaaf daar wel eens in opstand tegen komen.

Geïntrigeerd? Mooi! In het Anti-sleurboek (‘eerste hulp bij baanbalen en ander werkbederf’) vertel ik er meer over. Het gaat over de oorsprong van werk, het behandelt de Grote sleur (van bore-out tot burnout), het pakt de grote gemene deler die stress heet direct bij de duivelshoorns, je kunt meten hoe bevingsbestendig je bent, hoe je zelf de anti-burnout naar je hand kunt zetten en, vanzelfsprekend, hoe je met anti-sleur weer van baanbalen naar werkplezier gaat. Voordat je echter naar www.antisleurboek.nl gaat en daar de proef op de som neemt door de Workaholic Test te doen en jezelf eens in het Anti-sleurkwadrant te plaatsen, geef ik nog vijf prikkelende redenen waarom uitbuiken zo goed voor je is.

1. Doorjagen neemt aanzienlijke risico’s met zich mee

Rennen met de buik vol geeft buikpijn. Je kunt niet meer vrij bewegen en voor je het weet struikel je en breek je een poot. Waarom zou je die risico’s nemen? Je kunt maar zóveel zebra’s tegelijkertijd verschalken en verteren. Hoe drukker je bent met doorjagen hoe minder je van de jacht en de buit geniet. Hoe vaker je uitkijkt naar de volgende prestatie hoe minder je geniet van de huidige. Het is zowel een vicieuze cirkel als een exponentiele curve; van beide komt uiteindelijk niets goeds.

2. Verteren heeft tijd nodig

Er is een goede reden waarom die verzadigde leeuw niet nog eens over de savanne gaat rennen. Het is simpelweg niet nodig. De buit is binnen, waarom risico’s nemen? Er is voldoende voedsel en veiligheid om het overleven zeker te stellen. Na een goed maal en gedane arbeid is het goed rusten. Meer voedsel is niet nodig, de aandacht kan uitgaan naar vachtverzorging, urinesporen uitzetten en het verzorgen en onderwijzen van de welpen in de groep.

3. Genoeg is daadwerkelijk genoeg

Consuminderen staat niet gelijk aan bezuinigen, consuminderen is weerstand bieden aan hebzucht! Onze consumeerbehoefte staat gelijk aan een jagende leeuw waarvan het breinknopje ‘ik zit vol’ is uitgeschakeld: rennen-rennen-rennen, meer-meer-meer. Genoeg is veel eerder genoeg dan we elkaar wijsmaken. De hedendaagse werkethiek is onderhevig aan collectieve normverlaging en over dat nieuwe taboe lees je meer in hoofdstuk 3 (‘Stress: de grote gemene deler’) van het Anti-sleurboek.

4. Je werkt om te leven, wist je dat?

Niets heerlijker dan het aanhalen van een cliché dat we collectief als ‘achterhaald’ neigen te verwerpen. Alleen maar leven om te werken zou moeten indruisen tegen ons jager-verzamelaar-instinct. Toen die klaar waren met jagen en nadat ze lekker waren uitgerust drukten ze hun in kleurstof gedoopte hand tegen de rotswand en zeiden ze ‘Hé, wat leuk! Laten we daar eens wat dieper op ingaan!’ Waarom zouden we die behoefte – kunst bedrijven als hobby – stukje bij beetje verloren laten gaan als gevolg van zoiets ordinairs als werk?

5. Het leven mag af en toe best simpel zijn

Er gaat een enorme rust uit van een groep uitbuikende leeuwen in de zon. Het is één grote spinnende, ontspannen glimlach. De eigen vacht wordt verzorgd, de welpen krijgen de aandacht die ze verdienen, uitrusten en slapen gebeurt naar willekeur. Het lijkt wel of ze permanent glimlachen. Wanneer heb jij jezelf voor het laatste in een dergelijke zaligmakende gemoedstoestand gebracht? Wanneer mocht jij voor het laatst van jezelf helemaal niets doen?

Bovenstaande symboliek lijkt wat frontaal confronterend en wees gerust, zo is hij ook bedoeld. De medaille van de Grote Sleur heeft namelijk twee zijdes: bore-out en burnout. Beide veroorzaken vergelijkbare vormen van stress. Maar iemand met een bore-out bevindt zich in een luxepositie. Hij heeft duidelijk tijd over, ervaart geen voortdurende dynamiek in zijn bestaan en gaat niet letterlijk dood van verveling. Iemand met een burnout heeft daarentegen geen tijd om na te denken, worstelt met het enorme tempo van een overbelast bestaan en loopt wel degelijk ernstige gezondheidsrisico’s. Als je zo enorm onder druk staat zou je de boodschap van dit blog zomaar kunnen ontgaan en dat is eeuwig zonde.

Laten we niet alleen leren van de leeuwen maar ook van andermans leed. In het eerste geval respecteren we onze afkomst – we zijn allemaal primaten en we delen onze plek op de bioboom met de (bonobo-)chimpansees, de orang-oetans, de gorilla’s en de gibbons – en in het tweede geval verzetten we ons tegen de clichés ‘een gewaarschuwde mens telt voor twee’, ‘een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen’ en ‘wie niet leert van zijn geschiedenis is gedoemd deze te herhalen’. Iets om over na te denken.

Veel succes met werken, studeren, uitrusten, ontspannen en balanceren. Het is een ware levenskunst.

Bart Flos

Doe nu de test op: www.antisleurboek.nl

Eerdere artikelen